Omroeppersoneel.nl

Bijlage XArbeidsongeschiktheid vóór 1 januari 2004

CAO voor het Omroeppersoneel 1 januari 2025 t/m 31 december 2026

Ten aanzien van werknemers van wie de eerste ziektedag dateert van voor 1 januari 2004 geldt artikel 37 ‘arbeidsongeschiktheid’ uit de CAO voor het Omroeppersoneel 2003. Deze bepaling luidt als volgt:

#

1

Indien de werknemer ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem de bepalingen van artikel 629 BW, de Ziektewet, Hoofdstuk 3 van de Wet Arbeid en Zorg en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), voor zover hierna niet anders is bepaald.

#

2

In dit artikel wordt verstaan onder: Periode A: de periode van de eerste 52 weken van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Periode B: de periode van de 53ste tot en met de 104e week van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Periode C: de periode van de 105e tot en met de 156ste week van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Periode D: de periode vanaf de 157ste week van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

#

3

  1. De werknemer die geheel ongeschikt is tot het verrichten van arbeid ontvangt:
  • Gedurende periode A: zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • de krachtens de Wet Uitkering Loon Bij Ziekte verplichte betaling van 70% van het maandinkomen (tot maximaal het voor de werknemer geldende maximum dagloon op grond van de Coördinatiewet SV);
  • een aanvulling door de werkgever tot 100% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode B: zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • een volledige WAO-uitkering;
  • een uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering;
  • een aanvulling door de werkgever tot 100% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode C: 85% van zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • een volledige WAO-uitkering;
  • een uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering;
  • een aanvulling door de werkgever tot 85% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode D: een percentage van zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • een volledige WAO-uitkering;
  • een uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering.
  1. De werknemer die gedeeltelijk ongeschikt is tot het verrichten van arbeid ontvangt:
  • Gedurende periode A: zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • het maandinkomen uit (passende) arbeid;
  • een aanvulling krachtens de Wet Uitkering Loon Bij Ziekte verplichte doorbetaling van 70% van het maandinkomen (tot maximaal) het voor de werknemer geldende dagloon op grond van de Coördinatiewet SV);
  • een aanvulling door de werkgever tot 100% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode B: zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • de gedeeltelijke WAO-uitkering;
  • het maandinkomen uit (passende) arbeid of een WW-uitkering;
  • een uitkering krachtens de aanvullende arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering en
  • een aanvulling van de werkgever tot 100% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode C: minimaal 85% van zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • het maandinkomen uit (passende) arbeid of een WW-uitkering;
  • de gedeeltelijke WAO-uitkering;
  • een uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering en
  • een aanvulling van de werkgever tot 85% van het maandinkomen in die gevallen dat de hierboven vermelde inkomsten opgeteld een lager bedrag vertegenwoordigen dan 85% van het maandinkomen.
  • Gedurende periode D: een percentage van zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
  • het maandinkomen uit (passende) arbeid of een WW-uitkering;
  • de gedeeltelijke WAO-uitkering en
  • een uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering.
#

4

De hiernavolgende regeling geldt alleen voor werknemers die op 1 december 2001 als gedeeltelijk arbeidsongeschikte een WAO-uitkering ontvingen. Gedurende periode D ontvangt de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die in passende arbeid is tewerkgesteld, een aanvulling tot 85% van zijn maandinkomen (niveau einde periode C) op de WAO-uitkering, het maandinkomen voortvloeiend uit de passende arbeid en de uitkering krachtens de (aanvullende arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering. Indien de werknemer voor 1 januari 1997 arbeidsongeschikt is geworden, ontvangt hij een aanvulling tot 100% van zijn maandinkomen. De aanvulling zal worden beëindigd zodra het totale bedrag van het maandinkomen voortvloeiend uit de passende arbeid, de WAO-uitkering en de uitkering krachtens de (aanvullende) arbeidsongeschiktheidspensioenverzekering, hoger is dan het (oude) maandinkomen dat de werknemer aan het einde van periode C zou hebben verdiend indien hij arbeidsgeschikt zou zijn geweest.

#

5

De werknemer die aan het einde van periode C vijf jaar of minder van zijn pensioendatum is verwijderd en die volledig arbeidsongeschikt is of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, ontvangt tot aan deze pensioendatum een aanvulling tot 85% van zijn maandinkomen op:

  • de volledige WAO-uitkering, dan wel;
  • de gedeeltelijke WAO-uitkering en de WW-uitkering samen, dan wel;
  • de gedeeltelijke WAO-uitkering en het maandinkomen voortvloeiend uit passende arbeid samen.

Indien de werknemer voor 1 januari 1997 arbeidsongeschikt is geworden, ontvangt hij een aanvulling tot 100% van zijn maandinkomen. Voor deze aanvulling komen alleen werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in aanmerking. Voor de bepaling van de pensioendatum wordt in deze bepaling uitgegaan van de leeftijd van 60 jaar, dan wel de voor de werknemer op grond van artikel 12 lid 1 geldende eerdere uittredingsdatum.

#

6

Definitie maandinkomen a. Het (fictieve gebruikelijke) maandinkomen krachtens deze bepaling is het maandinkomen dat de werknemer ontving voordat hij arbeidsongeschikt werd inclusief trendmatige verhogingen en periodieke verhogingen conform artikel 16 van deze CAO. De toeslagen voor NRD, overwerk en bereikbaarheidsdiensten zijn daarin begrepen op de wijze als onder b, c en d van dit onderdeel weergegeven. b. Voor de werknemer ingedeeld in personeelgroep B wordt voor de bepaling van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde van de uitgekeerde vergoedingen voor NRD, overwerk en bereikbaarheidsdiensten over de laatst verstreken twaalfweekse cyclus voorafgaande aan de twaalfweekse cyclus waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geworden. c. Voor de werknemer ingedeeld in personeelgroep A of C wordt voor de bepaling van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde van de uitgekeerde vergoedingen voor NRD, overwerk en bereikbaarheidsdiensten over de drie maanden voorafgaande aan de maand waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geworden. d. Voor alle werknemers wordt, indien dat gunstiger is dan het bepaalde onder b of c van dit artikel, voor de bepaling van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde van de uitgekeerde vergoedingen voor NRD, overwerk en bereikbaarheidsdiensten over de twaalf maanden voorafgaande aan de maand waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geworden.

#

7

De eventuele kortingen op de in dit artikel genoemde wettelijke uitkeringen worden niet door de werkgever aangevuld.

#

8

De in dit artikel bedoelde loondoorbetalingen en aanvullingen door de werkgever worden beëindigd wanneer de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt.

#

9

De werkgever geeft het recht om de in dit artikel bedoelde:

  • loondoorbetaling en aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die: a. door opzet arbeidsongeschikt is geworden; b. arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van een gebrek waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie gestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd; c. zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd; d. zonder deugdelijke grond geen passend werk verricht.
  • loondoorbetaling en aanvullingen op te schorten dan wel de aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die:
  1. zich niet aan de voor hem geldende regels en aanwijzingen bij ziekte houdt (controlevoorschriften).
  • aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die: f. weigert medewerking te verlenen aan een door de werkgever gevraagde second opinion; g. weigert gebruik te maken van voorhanden zijnde veiligheidsmiddelen en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is geworden; h. misbruik maakt van de voorziening; i. weigert de uitvoeringsinstelling en pensioenfonds te machtigen om de uitkering krachtens WAO, WW respectievelijk (aanvullende) arbeidsongeschiktheidsverzekering aan de werkgever over te maken.
#

10

Nadere uitwerking van de geldende regels en aanwijzingen in verband met ziekte vindt plaats in overleg met ondernemingsraad.

Bekijk in de originele PDF (pagina 49)