Hoofdstuk 2 · Beloning
Artikel 16Beoordeling en salaris
1
Elke werknemer heeft jaarlijks recht op een beoordelings- en ontwikkelingsgesprek. Dit gesprek richt zich zowel op prestaties als op ontwikkelmogelijkheden van de werknemer, inclusief persoonlijke doelen en benodigde ondersteuning of scholing. Met behulp van een beoordelingssysteem worden de resultaten en de wijze waarop de functie is uitgeoefend jaarlijks vastgesteld. De totaalbeoordeling leidt tot een kwalificatie welke bepalend is voor het verhogingspercentage. Met ingang van 1 januari 2008 zijn er vijf verschillende kwalificaties:
| Kwalificatie | Verhogingspercentage |
|---|---|
| Ver onder de norm | 0% |
| Te ontwikkelen | 1,25% |
| Goed | 2,50% |
| Zeer goed | 3% |
| Excellent | 4% |
2
Indien er in enig jaar van de werknemer geen beoordeling is opgemaakt, wordt de kwalificatie ‘goed’ toegekend en geldt een verhoging van 2,5%.
3
De beoordeling wordt gegeven over aan het begin van de beoordelingsperiode geformuleerde te behalen resultaten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de functie-elementen uit de functiebeschrijving.
4
Indien de werkgever van oordeel is dat de werknemer ’ver onder de norm’ functioneert, wordt dit uiterlijk drie maanden voor de formele beoordeling aan de werknemer medegedeeld.
5
Indien na drie maanden blijkt dat de werknemer nog steeds ‘ver onder de norm’ functioneert, zal hem worden meegedeeld dat er geen verhoging zal plaatsvinden.
6
Werkgevers zullen jaarlijks in hun Sociaal Jaarverslag vermelden hoe de verdeling is over het personeelsbestand van de feitelijk toegekende percentages.